Hoogstraatgemeenschap

Welkom
Wie zijn we?
Spiritualiteit
Het charter
Waarom houden we het vol?

Vriendenkring
Contacten
Geschiedenis en toekomst

Activiteiten:
HOV / Wake
Vierde Kamer
Kennismaking
Lokaal
Uitnodigingen
Verslagen
Persberichten
Contactgegevens
Archief


Print deze paginaKlik hier om uw reacties en/of vragen te versturen
Via deze RSS feed worden uitnodigingen verstuurd voor de diverse activiteiten van de Hoogstraatgemeenschap. Zoals: Wakes, Huiskamer Zonnekind en De Vierde Kamer.

Deprecated: Function split() is deprecated in /home/users/hoogsftp/hoogstraatgemeenschap.nl/php/script.php on line 112

EEN BESCHAVING DIE MENSEN BEHOEDT

 

Frank Kazenbroot

 

Even buiten het centrum van Eindhoven, in de wijk Gestel aan de Hoogstraat, ligt het klooster van de zusters van Schijndel waar ik de komende week te gast ben. Aan de voorkant van het grote gebouw roept het bij mij een beeld op van het voorbije rijke Roomse leven. Dit beeld wordt versterkt omdat de statige Lambertuskerk en de riante pastorie (nu een luxe toonruimte van interieuren) de buren zijn. Zo gauw ik in het kloosterpand ben, weet ik dat er nieuwe tijden zijn aangebroken. Twee Afrikaanse kinderen spelen in de gang en mijn oog valt op een mooi portret van Dorothee Sölle aan de muur. Ik logeer bij de Hoogstraatgemeenschap. Deze gemeenschap vormt het kloppende hart van een fascinerend gebeuren dat eigenlijk met geen pen te beschrijven is. Je moet het meemaken! Toch probeer ik in dit verhaal enkele ervaringen te verwoorden. Het werd een week vol actie, met af en toe momenten van bezinning.

 

Verhalen van vluchtelingen

 

Rustpunten zijn de maaltijden in de gemeenschap. We eten met zijn zevenen. Rond de tafel zitten vier zusters, een echtpaar en ik. Het gaat om Theofrida, Albertha, Bets, Veronique, Gerard en Anneke. De sfeer is gemoedelijk en gastvrij. Vanaf het eerste moment voel ik me bij hen thuis. De gesprekken aan tafel maken duidelijk waar de harten van de huisgenoten vol van zijn. Er worden verhalen verteld over vluchtelingen die met veel moeite hun hoofd boven water proberen te houden. Albertha is naar een rechtszitting geweest om een Kongolees gezin te steunen dat in een eigen unit in het gebouw woont. De situatie van de moeder en de twee kinderen is uiterst onzeker. De man is in Kongo vermoord, maar de I.N.D. wil geen verblijfsvergunning geven. Er ligt een psychiatrisch rapport. Albertha vertelt over de zenuwen van dit getraumatiseerde gezin. De uitslag van de rechtszitting was dat er weer twee weken gewacht moest worden, omdat er meer stukken overlegd moesten worden. Zuster Bets zet zich al jaren in voor vluchtelingen en zij vertelt over de moeilijkheden van een Armeens gezin. Door angst en onzekerheid is de moeder psychisch in de war en lijdt de dochter aan achtervolgingswaanzin. In eerste instantie werd hun vluchtverhaal niet geloofd.

Tijdens alle maaltijden hoor ik veel van dergelijke verhalen. Het zijn gebeurtenissen die de bewoners van de Hoogstraat in het hart raken. Zij helpen de vluchtelingen concreet en door gerichte acties wijzen ze de politiek op haar verantwoordelijkheid. Als het nodig is doen ze mee aan demonstraties en wakes.

Na de maaltijd volgt de afwas in de keuken. De keuken wordt ook gebruikt door een vluchtelingengezin dat enkele kamers bewoont aan de voorkant van het huis. We leven echt mét de vluchtelingen. Het valt me op hoe sober én gezellig het klooster is ingericht. ‘Zuinigheid met stijl’ noemen ze dat hier. De ruime woonkamer blijkt geschikt te zijn voor allerlei soorten bijeenkomsten. Van gezellig koffiedrinken met een paar mensen tot maaltijden met veertig mensen. Van ernstige vergaderingen tot vrolijke feesten. Van televisiekijken tot spirituele momenten rond kaarslicht en bloemen.

Boven zijn er eenvoudige slaapkamers en we delen de douche en de wc. Het kan niet soberder, maar wat nodig is, is aanwezig. Er is geen behoefte aan luxe en overdaad.

 

Een oud klooster wordt nieuw leven ingeblazen

 

Omdat ik meer over de achtergronden van de gemeenschap wil weten, ga ik met zuster Veronique praten. Zuster Veronique had een lange bestuursperiode binnen de congregatie achter de rug toen ze hier in 1983 met drie andere zusters kwam wonen. Een aantal reizen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië had haar mondiale en politieke bewustzijn aangescherpt. Zij zocht naar een manier van leven waarin het werken aan sociale gerechtigheid verbonden wordt met spiritualiteit. Ze noemt dit in het spoor van Dorothee Sölle en Carlos Mesters ‘verankerde’ spiritualiteit. In de jaren tachtig kozen de zusters ervoor om hun klooster open te stellen voor vluchtelingen . Omdat er ruimte genoeg was, werd al eerder een Emmausgemeenschap in huis gehaald die tweedehands spullen ging verkopen. De school naast het klooster kwam vrij en daar werden jongeren opgevangen die in de problemen waren gekomen. Maar ook Groen Links kreeg een lokaal en de Grieks Orthodoxe kerk ging de kapel gebruiken. Nog meer organisaties met maatschappelijke idealen kregen hier onderdak en zo werd dit oude kloosterpand nieuw leven ingeblazen. Zuster Veronique vond het ook belangrijk dat er een stilte-ruimte kwam en die wordt dagelijks gebruikt. De gemeenschap organiseert regelmatig samen met vrienden een Politiek Avondgebed. Tijdens een Politiek Avondgebed komt er iemand spreken over een actueel onderwerp, bijvoorbeeld over ‘economie en geweld’ of over ‘de multi-culturele uitdaging’. Zo blijft men geïnformeerd over ontwikkelingen in de maatschappij. Rond de gemeenschap zijn tientallen bondgenoten actief geworden die geregeld in de huiskamer bij elkaar komen.

Zuster Veronique praat zachtjes en bescheiden maar ze straalt veel kracht uit, ook al is ze inmiddels in de tachtig. Zij belichaamt voor mij de kern van de woongroep: eenvoudig én wijs, vriendelijk voor iedereen én partijdig als het om vluchtelingen gaat. Zij heeft gekozen voor de strijd om sociale gerechtigheid en zij voert die strijd met innerlijk vuur en uiterlijke waardigheid. Een poosje terug heeft de gemeenschap een spreuk boven het poortje aan de achterkant van het gebouw geplaatst: ‘Ik zoek een beschaving die mensen behoedt’. Het is een spreuk die zuster Veronique op het lijf geschreven staat.

 

Emmaus aan het werk

 

Via een kleine binnentuin loop ik naar het gedeelte waar Emmaus woont en werkt. Het is dinsdag 8.30 uur. Een bont gezelschap van wel vijfentwintig mensen luistert naar de dagopening. De Dalai Lama wordt geciteerd. Na de instructies van coördinator Jan Kersten gaat iedereen aan het werk. In de grote hal staan bedden, stoelen, kasten en curiosa. In de andere ruimten worden kleren, boeken en speelgoed bewaard voor de verkoop. Van dinsdag tot vrijdag wordt er hard gewerkt aan het binnenbrengen, repareren en klaarzetten van tweedehands spullen. Op zaterdag is er de markt voor de verkoop. Met vluchteling Rodney uit Kongo ga ik de onverkoopbare kasten naar de containers brengen. Daarna zetten we drie kinderbedjes in elkaar. Rodney helpt me met het hanteren van het gereedschap want dit is niet mijn dagelijkse werk. Omdat een vrachtwagen afgedankte bedden komt brengen, onderbreken we onze reparaties met het leegruimen van de wagen. We lopen langs het monumentje voor vredesactivist Kees Koning. Dit is de plek waar hij in 1996 overleed. Tijdens het sjouwen hoor ik Rodney Russisch praten met een Oost-Europese vluchteling. Ik vraag aan Rodney hoe hij deze taal geleerd heeft. Hij vertelt hoe hij een aantal jaren in Rusland heeft gestudeerd. Hij ontmoette een Russische vrouw met wie hij trouwde. Na een paar zwerftochten over de aarde is hij uiteindelijk met haar en hun twee kinderen in Eindhoven beland. Hij wacht nu al jaren op een verblijfsvergunning. Ik realiseer me hoe ingewikkeld dit mensenleven is verlopen en ik sta versteld van de talenkennis die Rodney bezit. Deze vriendelijke, zachtaardige man heeft kwaliteiten die hij in Nederland onvoldoende mag inzetten. Ik begrijp nu beter de overtuiging van mijn tijdelijke huisgenoten. Zij zeggen dat het een verrijking voor Nederland is als vluchtelingen mee komen leven en werken. Het is dom om deze talentvolle mensen de pas af te snijden. Samen met Rodney buig ik me weer over een houten kinderbed. Volgens Rodney zal dit bedje komende zaterdag wel verkocht worden.

Tijdens de middagmaaltijd eet ik mee met de vluchtelingen die tijdelijk bij Emmaus wonen. Fahima, een oudere vrouw afkomstig uit Afghanistan heeft heerlijk gekookt. Verschillende nationaliteiten zitten broederlijk en zusterlijk rond de tafel. Als dit de multi- culturele samenleving is, dan teken ik ervoor. Ik begrijp niet waarom het vluchtelingenbeleid zo onbarmhartig is. Er zitten mensen om mij heen die de dupe zijn van harde maatregelen. Hoewel de sfeer aan tafel plezierig is, voel ik ook het lijden dat deze mensen tekent.

 

Een paar dagen later is het zaterdag. Ik sta te wachten tot Jan Rooijakkers de grote poort opendoet. Jan is net als Jan Kersten kerngroeplid van Emmaus. Hij woont en werkt dagelijks met vluchtelingen. Hij is priester en lid van de Kruisheren. Hij noemt zijn Emmauswerk ‘preken met de handen’.

Om precies 9.45 uur holt een massa mensen Emmaus binnen. Ik kijk mijn ogen uit. Wat een kooplust! De vluchtelingen staan met geldtassen om hun schouders klaar om de kopers van dienst te zijn. Op deze manier verdienen ze de kost. Het is een gouden formule van Emmaus en het werkt. Ik zie Rodney met een big smile op zijn gezicht curiosa verkopen aan een oudere dame. De hele zaterdag is het een komen en gaan van kijkers en kopers. Tussendoor kan er koffie gedronken worden en mensen van allerlei slag en uit alle hoeken van de wereld zitten bijeen in de koffiezaal. Elke zaterdag maakt een van de zuster een flinke pan soep voor de medewerkers klaar. Gerard zit aan een bureau de klanten te helpen die grote spullen thuis willen laten bezorgen. Het is een drukte van belang, maar Gerard doet dit werk al langer en blijft er rustig onder. Ik maak me verdienstelijk door de soep uit de keuken te halen. Ik geef de pan aan een jonge vluchtelinge uit Burkina Faso, die samen met meisjes uit Ivoorkust en Ruanda de soep gaat uitdelen aan medewerkers uit o.a. China en Azerbeidzjan. Wat een wereld!

 

Brood en wijn op tafel

 

Het is avond. We zitten in de huiskamer rond de tafel waar we gewoonlijk koffie drinken. Nu brandt er een kaars en er staat een glas wijn op tafel. Er ligt een snee brood naast. Ik vraag me af wat er gaat gebeuren. De sfeer is anders dan anders. Zuster Theofrida neemt het voortouw en presenteert ons een lied van Huub Oosterhuis om samen te zingen. Daarna stelt ze een paar vragen. “Hoe ben jij een zegen voor de minsten? Hoe kies jij voor gerechtigheid? Kunnen we de zorgen die we hebben met elkaar delen?” Voorzichtig aan ontstaat er een gesprek over de ervaringen die ieder de afgelopen dagen heeft opgedaan. Er wordt een tekst uit de bijbel gelezen en we zingen weer een lied. Daarna pakt Theofrida het brood en de wijn en de gaven worden gebroken en gedeeld. “Het is niet vrijblijvend wat we nu doen. We horen bij elkaar”, zegt Theofrida. Ik kijk de kring rond en ik zie dat iedereen het beaamt. Als dit geen eucharistie vieren is, dan weet ik het niet meer. Na een slotlied blijven we nog even gezellig bij elkaar. Er wordt een pilsje gedronken en er worden afspraken gemaakt over de wake die een paar dagen later gehouden gaat worden in de binnenstad van Eindhoven. Liturgie vieren, gezelligheid en actievoeren, het komt in deze huiskamer bij elkaar als een vanzelfsprekende eenheid.

 

De volgende morgen ontdek ik in een andere hoek van het oude klooster het kantoor van ‘Vluchtelingen in de knel’. Deze hulpverlening aan illegale vluchtelingen is voortgekomen uit het werk van de zusters hier in huis. Een vrijwilligster zit achter een computer de boekhouding bij te werken. Een ander spreekt met iemand door de telefoon. In een aparte ruimte zit coördinator Willem-Jan van Wijk over dossiers gebogen. Het is spreekuur. Er komen vier mensen binnen, haastig en bezorgd. Een jongeman rilt van de koorts. Drie van hen blijken vluchtelingen uit Irak te zijn die nu in Nederland wonen. Een jonge vrouw voert het woord. Haar broer is uit Irak op bezoek gekomen en is ernstig ziek. Zij willen dat hij naar een ziekenhuis wordt gebracht. De medewerkster van ‘Vluchtelingen in de knel’ probeert te achterhalen waarom hij in Nederland is. Wil hij asiel aanvragen? Nee. Heeft hij papieren? Nee. Met veel geduld worden deze Irakese mensen te woord gestaan. Ook al wordt de situatie van de jongeman niet duidelijk, hij wordt toch geholpen. Er wordt een afspraak met een huisarts gemaakt. Opgelucht verlaten de vier mensen het kantoor. De telefoon rinkelt. Een jongetje van een illegaal verblijvend gezin is ziek. Ook nu wordt er een afspraak met een huisarts geregeld. Het valt me op hoe concreet de nood is en hoe de mensen van ‘Vluchtelingen in de knel’ respectvol en adequaat helpen. Met Willem-Jan ga ik even apart zitten om meer te horen over zijn werk.

 

De initiatieven van vluchtelingen steunen

 

Willem-Jan is jurist en zet zich in voor vluchtelingen die door het beleid in Nederland in de problemen zijn geraakt. “Het beleid is de laatste jaren zo rigide geworden. Een vluchteling moet nu met bewijzen komen dat hij een vluchteling is. Maar soms zijn die bewijzen er niet en worden de verhalen van vluchtelingen niet geloofd. Het beleid is gericht op ontmoediging en er komen veel mensen in de illegaliteit terecht. Als ze ziek worden kunnen ze geen kant meer op en dan komen ze bij ons terecht. Wij bemiddelen bij het verkrijgen van medische zorg. Voor ons zijn vluchtelingen op de eerste plaats mensen die menselijk behandeld moeten worden. Wij geven juridische adviezen en proberen vluchtelingen eerlijke kansen te geven. Soms bieden we financiële ondersteuning. Er zijn gastadressen waar we mensen die anders op straat moeten leven onderbrengen. We zoeken naar reële toekomstmogelijkheden voor mensen. We stimuleren persoonlijke initiatieven van vluchtelingen. Ze hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Ik beschouw vluchtelingen niet als heiligen.Niet alles wat ze doen vind ik goed. Maar ik probeer ze te helpen als ze in de knel zitten.”

 

Het is tijd voor de koffie. Elke woensdagmorgen drinken alle werkers en bewoners van het kloostergebouw koffie met elkaar in de huiskamer van de leefgemeenschap. Zuster Albertha heeft de koffie al klaargezet. Ik kom aan tafel te zitten met vluchtelingen uit China, Burkina Faso, Kongo, Equador. Het is een druk en gezellig gedoe. De jongeman uit Equador vertelt iets over zijn land. We proberen elkaar te verstaan en we lachen om de grapjes die met handen en voeten gemaakt worden. Ik kijk de huiskamer rond en zie zoveel verschillende kleuren mensen om me heen. Om een of andere reden voel ik me heel gelukkig. Hier zitten mensen vrolijk met elkaar te praten. Hier wordt gelééfd! Deze huiskamer is werkelijk het hart van het gebeuren.

 

De volgende dag stap ik de keuken in van Omslag. Het is of ik weer in een andere wereld terechtkom en toch zit Omslag naast de keuken van de leefgemeenschap. Ik begroet Marta Resink en Dick Verheul die de initiatiefnemers van Omslag zijn geweest in 1994. Sinds 2000 verblijft Omslag in het kloostercomplex. De mensen van Omslag kiezen voor een duurzame samenleving en stimuleren initiatieven op het gebied van milieu, vrede, economie. Zij noemen zichzelf ‘doen-denkers’ omdat ze hun idealen over een ander soort samenleving in praktijk willen brengen. Op deze dag gaan we inderdaad de handen uit de mouwen steken want 1300 tijdschriften van Omslag met de titel ZOZ gaan we verzendklaar maken. Het is een tijdschrift waar ik al jaren abonnee van ben en ik vind het leuk om op deze manier mee te kunnen werken. Met ongeveer tien vrijwilligers zit ik rond de tafel en terwijl we vouwen en plakken wordt er heel wat gepraat met elkaar. Omdat ik als kloosterling een vreemde eend in de bijt ben, krijg ik veel vragen te beantwoorden. Het valt me op dat het geloof, de christelijke traditie en spiritualiteit in het algemeen vooral kritisch en argwanend worden benaderd. Ik herken de kritische vragen, maar mijn hart en ziel kunnen niet zonder de grondinspiratie van religie. Dat is een verschil tussen de mensen van Omslag en mij, maar wat ons verbindt is eigenlijk belangrijker, nl. een verlangen naar een milieu- en mensvriendelijke samenleving en een inzet om de huidige maatschappij te veranderen.

 

Een lichtje van hoop aan elkaar doorgeven

 

Als ik na een dag vouwen en plakken afscheid heb genomen van Omslag is het tijd voor de dagelijkse stilte-meditatie. In de stilte-ruimte brandt een kaarsje. De huisgenoten zoeken hun plek in de stilte op. Zuster Bets zit op de grond in zichzelf gekeerd. Het ontroert me dat deze actieve en bewogen vrouw zo stil kan zitten. Op de gang spelen de kinderen hun luidruchtig spel. Maar het verstoort onze stilte niet. Het hoort helemaal bij dit huis. Dit klooster staat midden in een wereld die vol beweging en verandering is. Voor ons is de stilte-ruimte eventjes het middelpunt van het gebouw geworden.

 

Het is vrijdagavond. We eten samen met de bewoners van Emmaus, bij elkaar wel dertig mensen. Er is feestelijk gedekt. Kinderen en volwassenen uit de hele wereld zitten om me heen. Naast me zit Thérèse, een meisje afkomstig uit Ruanda dat vandaag uit Parijs is aan komen waaien en dat de komende dagen hier zal verblijven. Ze spreekt alleen Frans en kijkt verlegen om zich heen. Aan de andere kant van mij zit een jongen uit Kongo en tegenover me een jongeman uit Afghanistan. Zuster Bets houdt een openingswoordje: “Niemand is apart, we horen bij elkaar, we zijn één grote familie.” Na het eten gaan we in de sfeervolle huiskamer in een grote kring zitten. Jan Rooijakkers heeft een paar brandende kaarsjes in zijn hand. Hij vraagt of we het licht willen ontvangen en doorgeven aan elkaar. Een na een krijgen we het licht van onze buren. Het is indrukwekkend stil. Sommige mensen zeggen wat hen op het hart ligt als zij het lichtje voor zich hebben. Er wordt gebeden in verschillende talen. Ik zie aan Thérèse hoe zij kracht put uit het licht dat haar wordt aangereikt. Nadat het licht de kring is rondgegaan, zingen we een lied uit Taizé. Tot slot wordt de samenkomst voortgezet met gezellig koffiedrinken. Ik zeg tegen zuster Veronique dat het toch wel een genade is om het licht met zoveel verschillende mensen te mogen delen.

 

We delen dezelfde hartstocht

 

Later op de avond praat ik met zuster Veronique na. Ik vraag aan haar hoe het komt dat de zusters zo geëngageerd zijn geraakt. Ze vertelt dat de brute staatsgreep van generaal Pinochet die in september 1973 een einde maakte aan de democratisch gekozen regering van president Allende in Chili een belangrijke gebeurtenis is geweest. Met een schok wordt ik teruggebracht naar het begin van mijn middelbare schooltijd. De dood van Allende was ook voor mij een start van politieke bewustwording. Vanaf die tijd werd ik actief in Derde Wereld actiegroepen en in de vredesbeweging. Aan het einde van mijn middelbare school ging ik voor de eerste keer naar een monnikenklooster. Die stille dagen waren het begin van mijn contemplatieve ontwikkeling. Door de opmerking van zuster Veronique word ik me ineens bewust van de twee rode lijnen die door mijn leven lopen; die van de sociale gerechtigheid en die van de spiritualiteit. Het een kan niet zonder het ander. Ik begrijp nu ook beter waarom ik me zo thuis voel in de Hoogstraatgemeenschap. We delen dezelfde hartstocht!

 

In de gang liggen demonstratie-borden klaar. Het is zaterdagmiddag. We gaan op weg naar de Heuvelgalerie, het drukste punt van het winkelcentrum in Eindhoven. Een uur lang zullen we daar met ongeveer vijfentwintig mensen staan in een halve kring rond een fakkel. Ik draag een bord met de tekst: “Wij zoeken een beschaving die mensen behoedt.” Na een week gelogeerd te hebben in de Hoogstraatgemeenschap voel ik mij helemaal op mijn plek staan in deze wake. Honderden, misschien wel duizenden winkelende mensen lopen langs ons heen. Ik kijk mijn ogen uit. Wat een kleurrijk volkje! De Nederlandse bevolking is ongelooflijk gevarieerd geworden wat betreft huidskleur, leefstijl en kleding. Omdat ikzelf stil sta kan ik de langslopende menigte rustig observeren. Af en toe houden mensen de pas in en kijken naar wat er op onze borden staat. Er wordt instemmend geknikt, maar er zijn ook mensen die hun hoofd schudden en iets lelijks roepen. Een van ons biedt de voorbijgangers een folder aan. “Waarom staan wij hier? Omdat mensen nog steeds op straat worden gezet, zonder geld voor eten of onderdak. Omdat mensen gedwongen terug gestuurd worden naar hun land van herkomst waar hen gevangenis, verdwijning, foltering kan overkomen. Omdat het niet waar is, dat de islam ons bedreigt. Omdat dialoog meer oplevert dan hetze en bangmakerij. Omdat Nederlanders wel goed omgaan met andere culturen. Omdat andere culturen ons veel kunnen leren. Daarom staan wij hier.”

 

Als de wake is afgelopen, is ook mijn week in Eindhoven voorbij. Met moeite neem ik afscheid van mijn tijdelijke huisgenoten van de Hoogstraat. Deze week heeft me in contact gebracht met de veelkleurigheid van de Nederlandse samenleving. Ik heb aan den lijve mogen ervaren hoe spiritualiteit en sociale gerechtigheid met elkaar samenhangen. Als ik bij het station van Eindhoven op de bus wacht, ben ik de enige blanke Nederlander tussen vele gekleurde reizigers. Ik vind het prima zo.